De constructie van de levensloop. Was de ontwikkelingspsychologie aanvankelijk vooral een kinder- en jeugdpsychologie, sinds de jaren zestig is er een toenemende bemoeienis met de periode daarna te constateren. Deze verschuiving heeft twee belangrijke consequenties. Allereerst krijgt de ontwikkelingspsycholoog te maken met nieuwe en andersoortige problemen. Wat is, bijvoorbeeld, de ontwikkelingspsychologische betekenis van thema's als gezinsvorming en werk in de volwassenheid of wat betekent het als het fysieke en intellectuele functioneren op latere leeftijd in flexibiliteit afnemen of zelfs ernstig beperkt worden en hoe algemeen zijn deze tendensen in de levensloop? Daarnaast maakt het denken over ontwikkeling in een levensloopperspectief een andere conceptualisering van ontwikkeling nodig, die op belangrijke punten verschilt van wat we klassieke ontwikkelingspsychologie noemen.
De menselijke levensloop wordt in dit boek niet opgevat als een volledig vastgelegd proces, maar als het resultaat van een actieve constructie door het ontwikkelende individu zelf. Het zogenaamde ''persoonlijke wereldbeeld'' van het individu is daarbij als een belangrijk ordeningsprincipe voorgesteld. Het persoonlijk wereldbeeld heeft betrekking op de wijze waarop mensen de werkelijkheid waarnemen en kennis over de werkelijkheid organiseren en interpreteren.
Dit boek is enerzijds een inleiding in de levenslooppsychologie, anderzijds een bijdrage aan het denken over de conceptualisering van psychologische ontwikkeling in een levensloopperspectief.